Inductie en deductie
Van algemeen naar specifiek, van voorbeelden naar conclusie, en het verschil tussen geldige en aannemelijke redeneringen.
Onderwerpen
De cursus behandelt een brede set aan denkvaardigheden. De vraag is vooral hoe deze onderwerpen worden geordend tot een compacte leerroute.
Inhoudskaart
Sommige clusters zijn al sterk uitgewerkt, zoals statistiek, drogredenen en broncontrole. AI is inhoudelijk logisch aanwezig, maar moet nog explicieter in oefeningen en werkvormen terechtkomen.
Van algemeen naar specifiek, van voorbeelden naar conclusie, en het verschil tussen geldige en aannemelijke redeneringen.
Als-dan-redeneringen, Wason selectietest, kaartenraadsel, syllogismen en propositionele logica.
Claims, redenen, onderbouwing, tegenargumenten, weegfactoren, logos/pathos/ethos en argumentatieschema's.
Confirmation bias, schijnbare denkfouten, framing, drogredenenkwis en classificaties van drogredenen.
Nulhypothese, base rate neglect, Bayes, replicatie, scheve verhoudingen en conclusies uit data.
Internetbronnen controleren, authenticiteit, relevantie, triangulatie en de vraag wie een bron maakt en met welk doel.
Fietshelm, verkeer in Eikenhorst, TikTok, stikstof, immigratie, onderliggende waarden en beleidsafwegingen.
AI gebruiken voor tegenspraak, bronvragen, scenario's en revisie, en daarna de AI-output kritisch controleren.
Ordeningsvoorstel
De cursus wordt sterker als de onderwerpen niet als encyclopedie worden aangeboden, maar als gereedschap bij beleidswerk.
Argumentatie, aannames, bewijs, drogredenen, biases, broncontrole, statistische claims en AI als kritische tegenlezer.
Formele logica, syllogismen, Bayes, replicatie, populisme en ethische perspectieven.
Elke theorie krijgt pas waarde als deelnemers haar toepassen op nota's, voorstellen, adviezen of eigen dossiers.
Werkvraag
De inhoud is breed. De zwakke plek zit niet in hoeveelheid materiaal, maar in expliciete verbinding met beleidsbesluitvorming en AI-gebruik.
Bij statistiek kan AI helpen met controlevragen. Bij bronnen met lateraal lezen. Bij argumentatie met tegenspraak. Bij drogredenen met diagnose en controle.
Inductie, deductie, statistiek en drogredenen zijn geen doel op zich. Ze moeten deelnemers helpen betere beleidsadviezen te maken.